Er zijn geen evenementen gevonden
  • Koninklijke inspectie deel Grebbelinie
    maandag 11 december 1939
    Lees verder >>

Onderzoek kazematrestant Veenendaal

Door Bert Rietberg,SVGV, vrijdag 24 februari 2012 20:52
Categorie: Stichting Grebbelinie

De Stichting Grebbelinie heeft onderzoek verricht in en om een kazematrestant te Veenendaal. Hoewel de aanpak bescheiden was, waren de resultaten zeer de moeite waard. De stichting werd gesteund door BAM/Poort van Bunnik, dat met mensen en materieel meewerkte.

Onderzoek kazemat A12

Medewerkers van de Stichting Grebbelinie en BAM bij de deels verborgen resten van een kazemat.

Poort van Bunnik is de aannemer die van Rijkswaterstaat de opdracht heeft verkregen tot het verbreden van de A12 tussen Utrecht Lunetten en Veenendaal. De Stichting Grebbelinie beijvert zich voor het behoud van de Grebbelinie. De twee partijen ontmoetten elkaar bij de A12 bij Veenendaal om een bijzonder restant van de linie te onderzoeken.

Gietstalen kazemat 1940In 1940 lagen er 144 Gietstalen koepelkazematten in de Grebbelinie, die samen een wezenlijk onderdeel vormden van de verdediging van de zogenaamde Valleistelling. Wie anno 2012 zoekt naar een koepel in de Grebbelinie zal er geen vinden. Alle koepels werden in 1941 met springstof uit hun betonnen omhullingen verwijderd en afgevoerd naar Duitsland. De explosies maakten, afhankelijk van de hoeveelheid springstof, deels óf definitief korte metten met de verdedigingswerkjes. Van veel exemplaren bleef niet veel meer over dan wat verspreide brokken beton, bij anderen bleef de betonnen basis in herkenbare vorm liggen.

In 2008 ontdekte een medewerker van de Stichting Grebbelinie (G. Muller) dat er achter een voormalige wederopbouwboerderij nog zo'n herkenbaar restant aanwezig was. Enige tijd later werd de boerderij gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe oprit naar de A12 bij Veenendaal. De stichting deed haastig onderzoek omdat er rekening mee moest worden gehouden, dat het ook het restant bij de werkzaamheden aan de snelweg zou verdwijnen.

Gesprekken met RWS/BAM leidden echter tot een fraai plan waarbij de kazemat kon worden ingepast. Het restant blijft liggen op een schiereilandje in een waterpartij, zichtbaar voor de duizenden automobilisten die via een lus de A12 oprijden. En zo kwam het stukje beton terecht tussen een paar beschermende hekken, omringd door huizenhoge bergen beton en voorbijrijdend bouwverkeer.

CamouflagekleurenOm zicht te krijgen op de staat van de kazemat besloot de stichting het restant te onderzoeken. Hoeveel schade zou de explosie in 1941 hebben veroorzaakt? Vormde het beton nog een geheel en in hoeverre zou de kazemat in deze staat geconserveerd kunnen worden? BAM zorgde voor twee medewerkers, een graafmachine, beschermingsmiddelen en een projectinstructie.

Al na het verwijderen van de begroeiing op en rond de kazemat werd het duidelijk dat de kazemat weliswaar nog een geheel vormt, maar ook flinke schade heeft opgelopen bij het verwijderen van de koepel. Met name waar het beton het smalst was zijn flinke delen weggeslagen, de hoeken bleken nog relatief gaaf. Van grote waarde is de aangetroffen camouflagetekening op het beton in de kleuren olijfgroen, roodbruin, grijs en donkergroen. Voor de Stichting Grebbelinie was al de nodige jaren bekend dat de kazematten van de Valleistelling in 1940 er niet zo grijs bij lagen als nu, maar verreweg het meeste fotomateriaal uit de oorlogsjaren was zwartwit. Zelfs de losse brokken beton rond het restant vertelden eindelijk het verhaal in kleur.

kazemat 57Op basis van de nu bekende feiten zal advies worden uitgebracht aan de betrokken instanties, waarbij conserveren van deze betonnen herinnering tussen het Fort aan de Buursteeg en Veenendaal als eerste prioriteit wordt gezien. Van de omvangrijke stellingen die Veenendaal in 1940 omgaven is dit een van de laatste stukjes tastbare geschiedenis, die met toekomstige generaties kan worden gedeeld. Het toont tevens de historische relatie van Veenendaal met de Grebbelinie en vormt een prachtige verwijzing naar het toekomstige bezoekerscentrum. 

Om de antwoorden op eerder gestelde vragen te vinden volstond het om enkele decimeters rond de kazemat af te graven. De Stichting Grebbelinie is zich ervan bewust dat daarmee niet alle verhalen konden worden opgediept, zoals de locatie van de voormalige loopgraaf die toegang bood tot de kazemat (nummer) 57.

Dat deze loopgraven ter plaatse aanwezig waren blijkt niet alleen uit archiefstukken, maar ook uit materiaal dat in de toplaag naast de kazemat gevonden werd. Voorbeelden van dergelijke vondsten waren stukjes spandraad die destijds aan de loopgraaf waren bevestigd en een stukje staaldraad dat oorspronkelijk aan de vlonder op de bodem van de loopgraaf was geklemd. Het materiaal moet bij het demonteren van de loopgraaf, na de meidagen van 1940, naar boven zijn gekomen. Wanneer nog aanvullend onderzoek verricht zou worden op grotere diepte, gebeurt dit door, of onder begeleiding van, archeologen. Het is nog niet bekend of dergelijk onderzoek plaats zal vinden.


Terug naar het nieuwsoverzicht