Daatselaar 1799

Zuidoostzijde van het Werk aan de Daatselaar, maart 2008 Het Werk aan de Daatselaar werd in 1799 aangelegd op de plaats waar de Slaperdijk eindigde tegen de hoge gronden. De lunet en redoute uit 1786 waren overbodig geworden en werden afgegraven. De Groeperkade werd in hetzelfde jaar verlengd. Uit het ontwerp valt af te lezen, dat men oorspronkelijk van plan was om de Groeperkade direct aan te sluiten op de westzijde van het fort. Men heeft echter gekozen voor de aansluiting op de Slaperdijk bij het damsluisje uit 1766. Zo voorkwam men dat er een extra toegang ontstond naar het fort. Mocht de vijand over de Groeperkade naderen, dan zouden de verdedigers deze toegangsweg kunnen beschieten. Het bruggetje over de damsluis kon men bij nadering van de vijand bovendien afbreken.

Ontwerp Werk aan de Daatselaar eind 18e eeuw

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op maandag 09 juli 2012 13:58

Ontwerp Fort Daatselaar 1799

Nationaal Archief OSK G16b, kopie van J.A. van Brienen uit 1841

Op dit ontwerp is zichtbaar welke maatregelen men aan het einde van de 18e eeuw dacht te treffen om de kop van de Slaperdijk te versterken. In 1799 werd het fort aangelegd in enigszins gewijzigde vorm. Het deel van de Slaperdijk dat oorspronkelijk dwars door het fort liep werd afgegraven. De wallen van het werk namen die waterkerende taak immers over. In de hoeken van het gebastioneerde front zijn opstellingsplaatsen voor het geschut gecreëerd. Via oprillen (opritten) kon het geschut in positie worden gebracht. Op drie plaatsen zijn embracures (schietgaten) in de aarden wal gemaakt. De Groeperkade werd, anders dan in het ontwerp, aan de noordzijde om het fort geleid naar de aansluiting met de Slaperdijk. Rechtsonder is tevens te zien dat de Lunterse Beek 'uitmondt' in de gracht en haar waterweg vervolgt door de damsluis aan de noordzijde.